«

»

mei 19

Gezond in het wild – wat kunnen we leren van de Dülmener-paarden?

Een Europese sensatie: Al meer dan 700 jaar zwerven de wilde Dülmener-paarden door het Duitse
Münsterland. Zij zijn uniek in Europa. Ze hebben een leefgebied van 400 hectare en leven
grotendeels zonder menselijke tussenkomst. De paarden zijn zeer robuust, winterhard en minder
vatbaar voor ziekten.

Het verhaal van de wilde Dülmener-paarden
Al in 1316 werden de wilde paarden van Dülmen in documenten vermeld. Vroeger was hun
leefgebied duizenden hectare groot. Na verloop van tijd en door de verstedelijking van de
gebieden werden de paarden echter teruggedrongen tot een minimaal leefgebied. Pas in de 19de
eeuw zorgde Alfred, de hertog van Croy, ervoor dat de wilde paarden weer voldoende
levensruimte kregen. Daartoe liet hij de laatste 20 overblijvende wilde paarden vangen en naar
een reservaat brengen, dat tegenwoordig ongeveer 400 hectare beslaat en ruimte biedt aan
ongeveer 400 wilde paarden. Deze habitat voor wilde paarden bestaat uit een verscheidenheid
aan planten en dieren, en maakt vooral indruk door het unieke eikenbos, de grote weiden en
heiden, en een uitgestrekt veenlandschap. Om de populatie wilde paarden te reguleren, worden
éénjarige hengsten met de hand gevangen tijdens een jaarlijkse vangst, en verloot aan
geïnteresseerde paardenvrienden. Dit evenement vindt elk jaar plaats op de laatste zaterdag in
mei. De paarden worden onder groot enthousiasme gevangen. Er bestaat ook een goede
documentaire over deze bijzondere paarden. De documentaire gaat zowel over het zeldzame ras
als over hun levensgebied en de paardenvangst in de Merfeldgroeve.

Rassenportret ‘Dülmener wilde paarden’
Als we de Dülmener vanuit biologisch oogpunt bekijken, is dit ras niet echt een puur wild paard,
omdat zowel de frontlok als de hangende manen kenmerkend zijn voor de paardenfokkerij. Om
deze reden wordt het ras ook vaak niet als wild paard bestempeld, maar alleen als verwilderd,
gebaseerd op de manier van leven in het wild.
Daarnaast heeft de Dülmener ook typische kenmerken van een primitief paard, zoals de aalstreep,
die van de manen tot de staart te zien is. In zeldzame gevallen heeft het paard ook zogenaamde
zebrastrepen op de benen. De kleur van het paard is ook origineel. De meeste wilde paarden zijn
valkkleurig, maar soms zitten er ook voskleurige, zwarte en bruine paarden tussen. Dit is het geval
omdat vroeger, uit angst voor incest, buitenlandse rassen zoals Welsh of Konik werden gekruist
met de Dülmener. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw wordt nog uitsluitend gefokt met
grijsvalkgekleurde hengsten, waardoor deze kleur nu sterk is vertegenwoordigd in de groep.
Positieve karaktereigenschappen van het paard zijn de vriendelijkheid, het leervermogen en de
meegaandheid. Bijzonder opvallend bij de Dülmener is dat dit ras zeer hard is, en nauwelijks
gevoelig voor dikke benen, elefantiasis en flegmone.

De Dülmener – gezond in het wild
De wilde paarden in Münsterland leven buiten en zoeken beschutting in de plaatselijke bebossing.
In extreem koud weer en bij sneeuw worden de paarden bijgevoerd met hooi en stro, en het
fokken van de paarden staat onder streng toezicht, maar verder worden de paarden aan hun lot
overgelaten. Zelfs bij ziekte of de geboorte van een veulen is veterinaire zorg en menselijk
ingrijpen niet gewenst.
Opvallend is dat deze heringevoerde paardensoort niet dezelfde typische gezondheidsproblemen
heeft als gedomesticeerde paardenrassen. Hoewel een Dülmener ook verwondingen oploopt,
waarbij al dan niet Einschuss kan ontstaan, genezen deze wonden na verloop van tijd volledig.
Het is ook interessant dat er al meer dan twintig jaar geen enkel geval van elefantiasis is
waargenomen. Hoe komt dat? Opgemerkt moet worden dat de wilde paarden voortdurend in
beweging zijn. Het is juist deze permanente activiteit die bijzonder belangrijk is voor
lymfedrainage; bij minder beweging is er meer kans op dikke benen en flegmonen. Dülmener
wilde paarden bewegen zich meestal stappend voort. Galop wordt meestal alleen gebruikt in
gevechten om de rangen binnen de kudde te bepalen. Vooral die korte galop is naast de gewone
stapsessies belangrijk voor het centrale lymfetransport omdat het paard hierdoor dieper gaat
ademhalen en de lymfeklieren vanuit de borstholte worden gestimuleerd en de lymfe afvoeren via
de borst-nek-lijn. In de buikholte wordt de afvoer van lymfe zowel door lichaamsbeweging (met
name in draf en galop) als door de stofwisseling (tijdens het grazen) gestimuleerd. Dit betekent
dat, wanneer de voedselinname over de dag wordt verdeeld, de spijsverteringspomp bijzonder
effectief functioneert als een aandrijfsysteem voor de lymfedrainage.

Wat kunnen we leren van de Dülmener?
Uit de natuurlijke bewegingsdrang van de wilde Dülmener-paarden kan worden afgeleid dat moet
worden gestreefd naar het verdelen van de lichaamsbeweging van het paard over de hele dag.
Zowel het gebruik van de compressiebandages voor paarden als het lymfedrainagepoetsen
kunnen niet dienen als vervanging van de dagelijkse benodigde lichaamsbeweging, maar dienen
wel ter ondersteuning van het lymfestelsel. Lichaamsbeweging is uiterst belangrijk en heeft,
naast een goede leefomgeving voor het dier, de hoogste prioriteit. Het gebruik van
compressieverbanden is een ondersteunende maatregel die de activiteit van de lymfevaten
bevordert. Dit wordt ook preventief gebruikt wanneer de benen opgelopen lijken te zijn, tijdens
langere periodes van stilstand, of voor sneller herstel na inspanning.

GECITEERD UIT: MANUELLE LYMPHDRAINAGE BEIM PFERD; DIRK BEHRENS V. RAUTENFELD (HRG.), CHRISTINA FEDELE; 2012, SCHLÜTERSCHE VERLAGSGESELLSCHAFT MBH & CO. KG.